Blog Image

Blog

We zijn vertrokken!!

Op 30 juni zijn wij vertrokken vanuit Heusden naar Noordschans waar onze mast nog op de boot geplaatst moest worden. Op 3 juli zijn wij aan onze reis begonnen!

USA deel 2

Algemeen Posted on Fri, May 30, 2014 20:43:11

Op donderdag konden
we vanuit Southport niet heel vroeg op pad in verband met de stroming, hier bij
de inlets gutst het soms behoorlijk en die wil je niet tegen hebben. Dus eerst
nog even de boot vol gooien met diesel en water, dan kunnen we er weer even tegenaan.
Tegen 11.30 gingen we op pad de ICW op, langs dit water staan prachtige huizen
en elk huis heeft zijn eigen steiger naar het huis. Erg indrukwekkend! Verder
komen hier heel veel toeristen, voor het water en het strand. Het is een leuk
stuk om te varen, soms ook nog stukken rustige natuur, je waant je dan in de
Drunense Duinen met stuifzand duinen en naaldbomen. Eind van de middag komen we
aan in Wrightsville Beach. Dit is een toeristisch stadje wat niet echt knus te
noemen is. We hebben voor deze plek gekozen omdat we dan de volgende morgen
vroeg heel gemakkelijk de zee op kunnen voor een lange dag op zee.

Bij zonsopgang zijn
we vertrokken, helaas geen wind dus op de motor. We hebben tijdens onze reis
nog niet zoveel diesel verbruikt als tijdens dit stuk hier in de USA. Normaal
gesproken, zou je niet verder gaan, maar ja we hebben een missie…. Na de
lunch kan de spi erop en kunnen we alsnog zeilen, de wind begint rustig en
bouwt zich behoorlijk op. Het laatste stuk vliegen we (7-8 kts) naar Beaufort.
Als we de geul naar binnengaan ligt er midden in de geul een groot baggerschip.
We weten eigenlijk niet hoe we deze moeten passeren, dus we roepen deze boot op
en krijgen instructies zover mogelijk westelijk te blijven, maar ja en de
diepte dan… Alles gaat goed. Als we later op het anker liggen horen we
hoeveel oproepen ze hierover krijgen…. We liggen vlak voor het stadje
Beaufort (NC) en aan de andere kant een natuurgebied. Ziet er gezellig uit. Op
zaterdag gaan we boodschappen doen, het is een eindje lopen. Bij de visboer
vragen we nog even waar we naar toe moeten. Ze hebben hier mooie vis, dus we
laten weten dat we op de terugweg nog even langskomen om nog wat inkopen bij
hen te doen. Het is weer echt een feest om hier (lees USA) boodschappen te doen,
ze hebben alles waar je zin in hebt en zoveel keus.

‘s Middags gaan we
nog even naar het natuurgebied, waar ook wilde paarden lopen. Het is een eiland
waar wij dus aan de ene kant voor anker liggen en aan de andere kant kun je de
oceaan zien. Het is een heel divers gebied, met zeekraal, struiken, bomen en
zand. Kortom een leuke wandeling waar wij ook de wilde paarden zien. Echt mooi
om te zien. Als we terug naar de bijboot lopen, wordt het hoogwater en moeten
we ons een beetje langs de struiken en bomen teruglopen om niet door het water
te hoeven waden. Let wel, de 30 graden watertemp die we gewend waren is terug
gelopen tot een goeie 20. Even er in plonsen voor wat verkoeling en een snelle
wasbeurt wordt met de dag minder.

Op zondagochtend
inmiddels 11 mei skypen we natuurlijk eerst even met thuis om een fijne Moederdag
te wensen en gaan dan op pad. We moeten weer de hele dag op de motor over de
ICW, na de eerste brug, zien we al een boot vastliggen. Een catamaran probeert
deze boot te helpen, dus wij kunnen niets doen, we steken te diep. We zijn wel
extra op onze hoede want het is hier overal zeer ondiep en buiten de geul lig
je ook gelijk vast. De Towboat US verzekering is niet voor niets. Gelukkig
vergaat het ons goed en komen we in het hoofdkanaal van de ICW en daar is het
toch net iets dieper waardoor we aan onze lange tocht kunnen beginnen. In het
begin is het allemaal erg mooi, maar op een gegeven ogenblik wordt het wel erg
saai. We vinden een rustige inham waar we rustig kunnen liggen voor de nacht en
een korte dip voor wat verfrissing. Ook kort ivm evt alligators die hier kunnen
voorkomen. Wel is het water in de ICW, verder bij de oceaan weg weer warmer.

Maandag weer een
zelfde soort tocht maar nu over de Alligator river, we zijn naarstig op zoek naar
deze beesten. We zien wel,een wasbeertje, kalkoen en schildpadden maar helaas
geen alligator. We hebben besloten om nog even een brug te passeren, want we
weten niet hoe vaak deze draait, maar als we aankomen, opent deze speciaal voor
ons. Wat een service!! Tegen 18.30 uur is het echt tijd om een ankerplaats op
te zoeken. We zien nog 1 andere boot liggen, dus dat is fijn. Toevallig een
boot die we ook in de Bahama’s hebben gezien, we herkennen deze boot vanwege de
bijzondere naam “Extasea”…. We vonden het een bijzondere naam voor
een boot, maar nu roepen we ze nog even op en krijgen nog wat tips over de dag
van morgen. Nog even eten en op tijd naar bed, want ook de volgende dag weer en
lange dag varen voor de boeg.

We vertrekken weer op
tijd, onze buurtjes zijn dan al op pad…. We besluiten niet om via de Dismal
swamp te gaan, want dan hebben we wel heel veel kans om vast te lopen, dus we
nemen de standaard route. We moeten een heel groot meer oversteken en dan gaan
weer een kanaal in. Niet een hele bijzondere tocht we varen weer de hele dag.
Rond de middag even tanken bij de vele marina’s waar je langs komt en ff via
hun wifi de mail checken. Eind van de middag komen we op onze ankerplek aan,
die helaas ondieper is dan aangegeven in de gids en op onze kaart, dan maar op
het randje van de geul en de ankerbol en lamp aan. Gelukkig is het erg rustig
op de ICW. De volgende dag weer op tijd op pad, einddoel het einde van de ICW,
Norfolk. We komen weer bruggen tegen die open moeten, iets wat je hier zelden
ziet omdat men de meeste bruggen ruim 20m hoog maakt. Bij de laatste brug ligt
ook een sluis met daarin een duwbakcombinatie. De schipper komt vrolijk uit
zijn stuurhut en vraagt of we een lekkere nachtrust gehad hebben, hij had ons
die ochtend vroeg op onze bijzondere ankerplek gepasseerd. Het sluispersoneel
komt persoonlijk je lijnen aannemen en niemand hoeft stootwillen te gebruiken
want de wand van de sluis is bekleed met rubberen stootstrips. Lekker handig. De
duwbak vaart rustig achter ons aan en zorgt er voor dat alle bruggen netjes op
tijd open gaan. We zijn, met wat stroom op de kont, dan ook in een mum de
Elisabeth River af. Bij het passeren van Portsmouth zien we een zeilboot in een
klein haventje aan de stadsrand liggen. Dit blijkt een gratis haventje te zijn
voor max 6 – 8 boten waar je 36 uur mag liggen en dat midden in het centrum van
Portsmouth ligt, Highstreet. Het is een mooi beschut kommetje tegen
binnenlopende golven, kortom dit wordt onze voorlopige plek. De volgende dag
gaan de fietsen er uit en kunnen we weer naar een supermarkt (deze liggen
altijd buiten het centrum) om de koelkast weer te bevoorraden. Ook kent
Portsmouth nog een mooie authentieke service bioscoop nog helemaal in tact
zoals die in 1947 gebouwd is, een juweeltje. Hier hebben we die avond maar een
filmpje (Captain America) gepakt en en passant wat gegeten. De avond er na kwam
er een nieuwe film (One million dollar arm) op de rol, die hebben we ook maar
bezocht. Zaterdagmiddag was het weer tijd om verder te gaan, met de stroom
verder de Elisabeth rivier af naar Hampton. De haven van Norfolk is niet zo
bijzonder op één ding na, het laatste deel ligt vol met marine materiaal,
netjes achter drijvende hekken en met security boten er om heen. Niet alleen fregatten
maar ook de nodige vliegdekschepen en dat zo ver je kon kijken, echt giga. Wat
zou het marine budget in de VS zijn? Arme Obama.

Bij Hampton vinden we
op aanraden, en die krijg je genoeg als je met de Amerikaanse boaties babbelt,
een rustige ankerplek net voorbij Fort Monroe (u weet wel van de schokdempers
en Marilyn). De volgende ochtend willen we graag een eind de Chesapeak baai op
komen om mijlen richting New York te maken. De eerste uren gaan lekker, weliswaar
op motor want veel wind staat er niet echter rond 10en komt er uit het niets
een 20-25 kts wind uit het noorden zetten, precies waar wij heen moeten en we
waren gewaarschuwd voor de wind-over-stroom op de Chesapeak dus links af een
baaitje in voor beschutting. Die dag helaas maar 23 mijltjes gedaan. De
volgende dag maar weer vroeg uit de veren en een nieuwe poging. Gelukkig geen
wind van betekenis en helemaal niet uit het noorden dus kunnen we lekker
opschieten, wel weer diesel verstokenend, die hier gelukkig betaalbaar is, $4
voor een gallon. De stop ligt 63 mijltjes noordelijk, achter een eilandje bij
Norman Cave. Tja, hier stikt het van leuke eilandjes en baaitjes om je anker
uit te gooien waar je zeker deze tijd van het seizoen lekker de enige bent, op
af en toe een passerende visser na. De dinsdag halen we het net niet tot
Annapolis en duiken we een 12 mijltjes er voor weer een baaitje in, Rhode
River, hier zijn we met zijn tweeën, een Amerikaans zeiljacht is ons voor. We
groeten elkaar vriendelijk en pakken een ankerbiertje en -wijntje. Weer een
heerlijk rustige nacht met ‘s ochtend wat vogeltjes die melden dat de zon er
weer is. Tja, het is dat we verder moeten maar anders zou de Chesapeak een
heerlijke omgeving zijn voor een mooi voorjaarsverblijf.

Woensdagochtend
uitgeslapen en rustig naar Annapolis, om de hoek, getuft. Echter hoe dichter we
Annapolis naderen hoe drukker het met bootjes wordt, de laatste mijlen voor de
haven liggen ze zelfs op het anker in de vaargeul, dus maar even een boot
aangeroepen wat er te gebeuren staat. Het antwoord: een demonstratie van de Blue
Angels ter eren van de graduates van de Naval Academy uit Apolis, kortom vanaf
2 uur groot spektakel en feest in de stad. De Amideau gaat snel aan een mooring
en wij met de dinghy terug naar de plek waar het gaat gebeuren, en hoe. Eerst
komt Fat Albert, een Hercules transportvliegtuig, voor de warming up, sharp 2 uur
overzetten en zorgt voor de eerste capriolen. Daarna verschijnen aan de horizon
6 F18’s Hornets, in het blauw met gele NAVAL logo’s op de vleugels. De
oordoppen kunnen in want deze gasten laten duidelijk van zich zien maar ook
horen. En klein uurtje later zit onze camera vol en tuffen we terug naar onze
mooringplek. Wel worden we kort door een politie-te-water aangesproken waarom
onze dinghy geen registratie heeft. We leggen de dienstdoende kort uit dat we
uit NL komen en daar voor kleine dinghies zoiets niet nodig hebben. Hij vindt
het fantastisch dat wij van zo ver gekomen zijn en mogen verder varen. Twee
moorings verder ligt een bekende, de Calyx, Denis en Carol uit New Jersey. We
gaan kort langs om ze te begroeten en worden direct uitgenodigd voor een
babbeltje later die middag want ze willen dolgraag ons verhaal horen en wij
kunnen nog wat tips gebruiken voor onze tocht naar New York, langs New Jersey.
Denis is een oude marine piloot die ons meeneemt in zijn goede oude tijd toen
hij voor een NATO commandant in Brussel zijn tijd moest verdoen en en passant
ook de zuidelijke Nederlanden bezocht heeft. Hij heeft de nodige nuttige anker
tips voor onze trip en dankbaar worden die in ontvangst genomen. Zij vertrekken
de volgende dag al, wij gaan dan met de bus naar Washington DC.

Vrijdag, 23 mei, is
het vroeg op om de bus (6.45) naar DC te pakken. Voor $4,25 pp worden we naar
het Capitool gebracht met een leuke tocht van ruim een uur er heen, zien we
tenminste ook nog wat van het binnenland. We komen wat vroeg aan maar de eerste
staan al in de rij voor de poort van het Capitool, dus wij er ook maar in. Om 9
uur mogen we naar binnen, echter niet voordat we worden gescand alsof we een
vliegtuig in gaan. Eenmaal binnen is het mooi, mooier, mooist. Wat een prachtig
gebouw. Eerst krijgen we een sticker voor op ons shirt en daarna een film ter
inleiding, vervolgens leidt een gids ons rond in dit imposante gebouw en dat
alles op kosten van Obama. We hadden nog een tip gekregen en dat was om
aansluitend de Liberary aan de overkant te bezoeken. Wederom een prachtig
gebouw met een leuk expositie over de overzeese activiteiten in de Amerikas
waar ook nog een paar oude, uit die tijd, boeken in het oud Nederlands lagen. Kortom,
wij waren er echt bij in die tijd en hebben het nodige vast gelegd. Hierna is
het tijd voor een wandeling richting het Witte Huis, onderweg ff geluncht en
geskypet met Marianne en Peter. Mijn zus en Juliëtte, net klaar met haar
examens voor haar HAVO, komen naar NY, echt gaaf! Al wandelend naar het stulpje
van de familie Obama kom je langs een behoorlijk aantal musea, de ene nog
groter en imposanter dan de andere. Bij het Witte Huis is het lekker druk, wel
word je op een behoorlijke afstand gehouden echter al snel bleek deze niet
voldoende en worden we door politie op fietsen gemaand weg te gaan, er is
duidelijk iets gebeurd of staat te gebeuren. De dag er na lezen we op NU.nl dat
een naakte man een afspraak met Obama scheen te hebben echter dat die toch de
toegang hardhandig is ontzegd.

De dagen er na
genieten we van het Graduate-feest en Memorial-weekend sfeer in Apolis, echt
tof en super gezellig. Zaterdag gaan we voor een biertje naar een hippe tent
aan de stadshaven, Pussers. Daar komen we Amy en Jason tegen, die voor een
gezellige avond naar Apolis gekomen zijn. We raken leuk aan de praat en worden
uitgenodigd mee eten te gaan, de avond wordt nog afgesloten in een leuk lokaal
kroegje voordat zij weer huiswaarts rijden en wij de dinghy op zoeken. Wat me
op is gevallen is dat naast de gebruikelijk bulkbieren zoals Budd en Millers er
prima lokale Ales en Wheat beers geproduceerd worden, heerlijk van smaak en
allemaal op tap verkrijgbaar, ik was als “oud” brouwmeester blij
verrast met deze Amerikaanse kwalitatieve gerstennatten die je helaas niet in
ons kikkerlandje tegen komt. Echt een gemis mag ik stellen.

Zondag bij het
krieken van de dag wordt de mooring los gegooid en gaan we op de diesel verder
noordwaarts, nog een goede 200 mijl naar de Big Apple. De Chesapeak wordt langzaam
smaller en de eerste campings aan het water worden gespot, ook het motorboot
gehalte is hier erg hoog, maar ja, wij zijn ook al bijna vanaf het begin van de
Chesapeak een motorboot, dus dat zal niet voor niets zijn. Eind van de middag
draaien we het Delaware Rivier op en gooien het anker uit op de plek waar Denis
ons naar toe gestuurd heeft, deze keer zijn we met 4 boten. Vanaf hier kunnen
we met één dag varen en stroom mee de oceaan bereiken om linksaf naar NY te
varen. Zo gezegd gaan we de volgende dag 2 uur voor hoogwater op pad, echter na
een klein half uurtje horen we een korte sirene achter ons en worden we via de
marifoon vriendelijk gevraagd snelheid te minderen want de Custom en Border
Protection (C&BP) wil graag onze papieren zien. Gelukkig is alles in orde
en mogen we snel onze reis vervolgen. Wel worden we nogmaals verteld dat we ons
echt elke keer bij het verlaten van een C&BP gebied te melden bij het
nieuwe C&BP station om geen boete van $5000 te riskeren. Tja, 9-11 heeft
toch wat te weeg gebracht. Eind van de middag wordt Cap May gerond en wordt de
koers noord gezet om de nacht door te zeilen zodat we voor de weersverandering,
er komt koude noorden wind aan, bij de aanloop van de Hudson te kunnen zijn.
Gelukkig is op zee de voorspelling wel uitgekomen en kan de motor uit en de
zeilen gehesen worden. Wing to wing (melkmeisje) zeilen we op een rustig zeetje
de Hudson tegemoet. Atlantic City wordt ‘s nachts gepasseerd, een niet te
missen stad met behoorlijk veel neon op alle casino’s en ander gokhuizen. Er
staat geen maan maar de zee rondom ons is prima verlicht. Kort voor Sandy Hook,
laatste puntje van New Jersey horen we zwaar uitademen, whale time. Op een
meter of 50 zwemmen een paar bultruggen, hun rug en staart is een aantal keer
zichtbaar. We hadden ze niet zo dicht onder de kust (nog geen 3 mijl) en op
zulk ondiep water (nog geen 20 meter) verwacht maar het blijven imposante
zoogdieren. Rond 3-en ronden we Sandy Hook en is de skyline van Manhattan
zichtbaar geworden, we zijn beide erg onder de indruk, we made it (almost) to
New York, met onze eigen Amideau! In Highland ankeren we voor de deur en gaan
een biertje halen en het internet checken. We zijn dicht onder de rook van NY
maar hier kost een biertje nog gewoon 1 dollar met Happy Hour, de laatste keer
dat dit was, was op St Maarten. In de bar treffen we weer leuke Amerikanen die
uiteraard weer graag ons verhaal horen hoe 2 Hollanders met hun eigen bootje,
want 34 foot vinden ze we een beetje klein, het helemaal tot daar gebracht
hebben. De volgende middag steken we de baai over naar een oud stukje Holland,
Great Kills (Groote Kill) op Staten Eiland. Een mooie afgesloten kom is onze
voorlopige ankerplek in afwachting van de komst van Marianne en Juliëtte naar
New York, 2 uurtjes varen hier vandaan. Ook hebben we weer wat tijd voor
onderhoud en komt KP, een oude studiegenoot van mijn MBA in Twente, ons
zaterdag bezoeken vanuit Trenton, PA. Zondag gaan we de Hudson op om op tijd
klaar te liggen voor onze gasten.



USA deel 1

Algemeen Posted on Thu, May 08, 2014 15:46:30

De overtocht verliep wisselend. Iedereen die we hier over spraken was lyrisch over de gulf stream echter voordat we hem/haar gevonden hadden waren we ruim een dag onderweg, terwijl men zei dat de stream ook al ten noorden van de Bahama’s zou stromen, nou niet toen wij er voeren. Daardoor kwam onze berekening iet wat in het gedrang, in plaats van ruim 2 dagen, met aankomst de 30ste hadden we een kleine 3 dagen nodig om deze 400 mijltjes weg te zeilen. Daar kwam nog bij dat de eerste dag er minder wind dan voorspeld stond. En hebben we de laatste nacht wat zeil weg genomen om niet midden in de nacht Charleston te hoeven aan te lopen.
In Charleston was het die 1e mei een wat koude dag met bewolking, weer voor het eerst mochten de truien uit de kast en lange broeken aan. De havenmeester verontschuldigde zich al voor dit weer, maar ook zij hadden een extreem koude winter gehad met zelfs sneeuw in South Carolina, wat ook meteen betekent dat niemand meer de deur uit gaat/kan. Ook het water in dit deel van de Atlantic ziet er wat anders uit dan we gewend waren, in plaats van mooi helder en blauw was het Noordzee bruin en troebel. De haven, Ashley Marina, lag aan de rand van de stad aan de rivier de Ashley en was van alle gemakken voorzien, erg luxe allemaal.
Onze aankomst werd door ons netjes gemeld bij de US Customs and Border Protection en binnen een half uurtje stonden 2 officers aan de boot om ons in te klaren. De cruising licence moest nog de dag er na geregeld worden in hun kantoor aan de ander kant van de stad, de shuttle van de marina heeft mij netjes er heen gebracht en een uurtje later hadden we ook onze permissie om te varen met Amideau in de US waters.

De fietsen gingen uit de bakskist en de 2e mei was het tijd voor wat cultuur. Het Aiken Rhett house stond op het programma. Eén van de oudste nog in originele staat verkeerde huizen die vroeger bezit waren van rijke families die er de nodige slaven op na hielden om hun verblijf zo aangenaam mogelijk te maken. Bij dit huis waren er 18 actief, in totaal had deze familie er ruim 900 die hoofdzakelijk actief waren op hun rijstplantages, verspreid over South Carolina. Daarna zijn we in een gezellig theehuis een taartje gaan eten op de verjaardagen van Peter en Ma, waarna aansluitend een biercafe werd bezocht met eigen microbrouwerij. Bijzonder is is dat men niet één of twee bepaald biertjes brouwt maar meteen alles wat er aan bieren te krijgen is, stout, ale, brown, red, pils, wit en wat kruidenbiertjes (zie foto), kortom maakt niet uit als het maar veul is.’s Avonds hebben we ons te goed gedaan aan een heerlijk US steak in Tbonz. Grappig is dat ze meteen aan je zien dat je niet van daar komt maar er altijd wel iemand is die familie of verwanten in Nederland heeft. Zo was de vader van onze serveerster ook een Nederlander (Rotterdammer) en studeerde haar broer in Utrecht.
Zaterdag was het scheepsboodschappendag. De nodige kaarten, digitaal en op papier moesten worden aangeschaft als ook maar een sleepverzekering want volgens de lokale was dit een must om de intercoastel waterways te kunnen bevaren zonder leeg te lopen op sleepkosten voor als je vast kwam te zitten. Daarnaast ook nog een aasje voor het vissen en een paar nieuwe speakers voor goede muziek in de kuip. Hiervoor mochten we wel de gehele stad door want de ene West Marine shop had net niet alles dus mochten we de grote hangbrug over naar de andere shop wat uiteraard een prachtig uitzicht opleverde over de Cooper rivier en de stad Charleston. Ook lag een joekel van een museum vliegdekschip aan de voet van de brug. Later spraken we een local die aangaf dat er nog 5 verder op de rivier (naval base) paraat liggen om uit te varen indien nodig waar ook ter wereld. Wat ook grappig is is dat er een marine opleiding in Charleston zit en we regelmatig jonge Tom Cruisjes in prachtige witte uniformen tegen het lijf liepen. Zondag na het late ontbijt was het wederom een cultuurtripje, nu naar het landgoed van Drayton Hall, zo’n kleine 20 km fietsen van down town. Het koude weer van de eerste dag was vervangen door prachtig zomerweer, strak blauw en een graadje of 28. Onderweg hadden we zo af en toe wat extra aandacht van passerende automobilisten, tja ze zijn fietsers niet echt gewend en helemaal niet als de wegen smaller worden waardoor hun brede Amerikaanse mobielen niet samen met onze fietsen meer op een rijstrook passen. In de stad heb je wel vaak een aparte strook voor fietsers en Charleston leent zich met haar vlakke omgeving ideaal voor bike riding. Gelukkig kent de stad ook de nodige colleges en daardoor zie je wat meer fietsers dan gemiddeld. De familie Drayton was van Engelse afkomst en heeft haar geluk, niet ten onrechte, gezocht en gevonden langs de rivier de Ashley, ten zuiden van Charleston. Ook zij hadden de nodige slaven in dienst om hun rijstplantages te kunnen laten renderen. Op hun landgoed heb je ook de nodige poelen die onder andere bevolkt worden door schildpadden maar ook alligators, wel kleintjes, althans die wij gezien hebben. Maar in de moerassen rondom het landgoed zitten de vaders en moeders die tot ruim 2,5 meter groot kunnen worden.
De maandag was onze laatste dag in Charleston en werden nog 2 bezienswaardigheden bezocht, het huis van de familie Nathaniel Russell en the Old Slave Mart Museum. Deze lagen beide down town, midden in de oude binnenstad. Het huis was nog in de staat van 200 jaar geleden en een prachtige weerspiegeling van Charleston uit de midden jaren 1800. Onze gids van franse afkomst, deed enorm haar best ons alles bij te brengen hoe het leven er toen uit zag. Deze familie was niet zozeer bezig geweest met plantages maar met handel over zee, echter ook hun bedienden waren van afrikaanse afkomst en kregen geen salaris aan het eind van de maand.In the Old Slave Mart kregen we de kans om te zien hoe de slavenhandel in die tijd bedreven werd. Vanaf een bepaalde tijd was slavenhandel op straat verboden en bedreef men de handel in huizen zoals deze Mart.Tot 1865 was slavernij toegestaan in South Carolina, daarna waren de slaven vrij echter bleef men vaak wel bij hun meester. Het is en blijft een bijzonder stukje geschiedenis.

Dinsdagmorgen, voor zonsopgang gingen de trossen van Amideau weer los en voeren we met de stroom mee naar buiten, terug de oceaan op, op weg naar het noorden. De baai voor George Town was onze volgende ankerplek, Winyah Bay. Een prachtig en puur stukje natuur waar je ‘s avonds enkel de vogels hoort, een heerlijk stukje rust na een stad als Charleston. En ik zou toch zweren dat ik enkele indianen heb zien lopen in de bosrand. De volgende ochtend was het weer voor zonsopgang er uit en met de stroom mee naar buiten, de zee op richting North Carolina. We lange tocht stond op het programma, ruim 80 mijltjes noordoost waarts. Eind van de middag kwamen we in Southport aan, in de monding van de Cape Fear river, ten zuiden van Wilmington. Het anker ging uit in het oude haventje van dit slapende plaatsje waar de vissersbootjes met dikke buitenboord motoren de boventoon voeren. Gelukkig zijn we wat gewend met getijde planning en varen want hier doe je niets anders als je weer landinwaarts vaart naar een leuk stadje. Ook na deze aankomst hebben we braaf de US Customs and Border Protection van North Carolina gebeld om onze aankomst te melden, deze keer was het een korter belletje waarbij de dienstdoende enkel de plaats en ons nummer wilde weten. Tja, elke staat zijn regels. Ja, en waar lijkt het hier nu op, zeker de intercoastel waterway (ICW) en haar omgeving lijken aardig op het varen in Friesland, vlak, groene weiden en grappige dorpjes en vooral veel ondiep water. Vanaf zee lijkt het op de Wadden met strand en duinen met daartussen kleurige huisjes en af en toe een Hollandse vlag bij een van die huisjes.



Bahama’s deel 3

Algemeen Posted on Thu, May 08, 2014 15:39:10

Op 21 april zijn we van de Exumas naar een ander Bahama eiland gegaan, Eleuthera. Deze ligt op de route richting de States als je niet via Nassau wilt varen, wat ook een stuk korter is. Met een bakstagwindje hebben we de 35 mijltjes oversteek relaxed kunnen doen. Eenmaal aan de overkant was het te laat voor een ankerplek en hebben we de luxe van een marina, Cape Eleuthera, maar opgezocht, de eerste sinds ons verblijf in de Bahama’s. Was weinig te doen op wat bijzondere huisdieren na, nurse sharks, een drietal bevolkte de haven en kwam nieuwsgierig kijken. Deze haaiensoort is ongevaarlijk voor de mens. Gelukkig was het verboden te zwemmen in de haven dus hebben we ons daar braaf aan gehouden en in plaats van onze dagelijkse plons hebben we de douche van de marina maar gebruikt.
Volgende dag verder noordelijk, South Palmetto Point, een slaperig dorpje met aan de oostkant een van de mooiste roze stranden, volgens de Bahamas gids Er lag een geel zeilbootje op anker, van een vriendelijke Floridiaan die samen met zijn hondje een praatje kwam maken. Volgens hem waren we op een van de rustigste en meest vriendelijke eilanden van de Bahama’s aan gekomen waar nog amper toerisme was. We vertelden van onze plannen en hij gaf de tip niet via West End naar de States te varen maar via Abaco, het noordoostelijkste eiland. Was een stuk korter en mooier volgens hem. Dat kwam ook nog goed uit want Mo had nog een ding op haar bucket list staan, pig roast bij Nippers op Great Guana, Abaco. Dus die kon hierdoor ook nog gedaan worden.
Volgende ochtend met bijbootje naar de kant geroeid om richting het roze strand te wandelen. Onze Floridiaan had niets te veel gezegd, al na een paar minuten stopte een auto en vroeg of hij ons een lift kon aan bieden, helaas ging hij niet naar het roze strand maar wel tot het kruispunt een stukje verder op. Na een wandelingetje door het dorp kwamen we bij de oostkust aan, nu nog op zoek naar het 180 degree view restaurant voor onze verlate Paasdiner. Een aardig mannetje langs de weg wees ons in de goede richting en binnen een 20 minuten stonden we met onze voetjes in het roze zand. Echt roze is het niet maar als er een golf overheen spoelt blijft er een roze gloed achter. Het restaurant lag boven op de “duin” en keek inderdaad met 180 graden uit over de Atlantische en het roze strand, echt prachtig. We waren deze woensdag de enige gasten en onze gastvrouw deed haar uiterste best iets moois en lekkers op tafel te toveren. Na de uitgebreide lunch ging onze reis te voet bootwaarts, onder weg begroette ons een aardige bruine viervoeter die wel zin in een wandelingetje had en ons vergezelde tot aan de bijboot. Bij de locale “supermarkt” werden nog wat basis boodschappen gedaan, de eigenaar was razend benieuwd waar wij vandaan kwamen en hoe we op Eleuthera verzeild waren geraakt en vond het prachtig te horen dat we al 9 maanden onderweg waren en met onze boot tot zijn eiland gezeild waren. Onze viervoeter zat braaf buiten te wachten en liep weer gezellig met ons mee. Bij de bijboot aangekomen deed hij nog een poging een stukje mee te zwemmen maar toen draaide hij toch maar om om weer het dorp in te gaan, terug naar zijn eigen baasje.
De volgende dag was het weer varen geblazen om het noordelijkste deel van Eleuthera te bereiken, Royal Island. Hier lagen meerdere boten die, wat een dag later bleek merendeel de oversteek naar Abaco gingen maken. Het was de eerste keer dat we met een grote groep een oversteek gedaan hebben, was best leuk en handig omdat je de boot voor je kunt vragen of hij bijzonderheden qua diepte tussen de eilanden ed kan doorgeven, iets wat men graag doet en voor ons handig is met onze 2 meter diepgang. Ter info, de gemiddelde diepgang van een Amerikaanse zeilboot is 1,5 meter, mede omdat het op de Bahama’s, en later bleek ook langs de US kust (intercoastal waterway), best ondiep kan zijn en dan is elke centimeter minder een plus.

De overtocht naar Abaco verliep vlot en we konden het eerste stuk, op spi, lekker zeilen. Helaas ging de wind, zoals voorspelt die middag een dutje doen en kon de Volvo ons verder brengen. Die avond lagen we bij Shear Pin Cay, een eilandje ten zuiden van Marsh Harbour, waar we ook weer het rijk alleen hadden. Het is wel wennen, zo rustig het op de Bahama’s is in vergelijking met de Carrieben. De volgende ochtend gingen we richting Marsh Harbour, echter zagen we op de kaart weer een verraderlijk ondiep stuk. Het was net hoogwater geweest en de vraag was, kunnen we er over? Voor ons voeren onze oversteek vrienden, ook op weg naar Marsh Harbour, en de Jabero was wederom zo aardig om als dept sounder (diepte meter) voor ons uit te varen. Uiteindelijk was het appeltje eitje en kwam de meter niet lager dan 3 meter. De kaarten, ondanks 2014 versie, waren niet geheel kloppend. Marsh Harbour is de hoofdstad van Abaco en heeft weer een aardige variateit aan shopping mogelijkheden, waaronder een echte supermarkt met veel verse spullen. De zaterdagboodschappen werden gedaan en het internet gecheckt. Ook hebben we voor de zekerheid meer een eNOA (notice of arrival voor de US) ingevuld en naar de States gestuurd, wat toen we daar aan kwamen niet echt nodig bleek te zijn. Enfin, onderweg naar de boot nog even gedag gezegd bij onze Australische vrienden van de Jabero en hen nogmaals bedankt voor hun hulp. Daarna de boot weer van het anker getrokken en de koers noordwaarts gezet, naar Great Guana waar men bekend staat om de zondagmiddag pig roast (gebraden varkentje). Echter toen wij hier zondag, eind van de middag aankwamen, was om 3 uur het laatste stuk reeds verkocht. Dus bleef er niets anders over dan gezellig met een Nippers cocktail in de pool te gaan zitten. Voor de Sankt Anton kenners onder ons, Nippers is de Bahama’s versie van de Moserwirt, erg gezellig dus! Het avondeten werd vervolgens genuttigd bij het tentje tegenover onze ankerplek, waar we een van de laatste sunsets konden ervaren voordat we de Baham’s voor goed good bye moesten zeggen.

Maandag 28 april ging om 10 uur het anker op en was de bestemming Charleston South Carolina.



Bahama’s deel 3

Algemeen Posted on Thu, May 08, 2014 15:39:09

Op 21 april zijn we van de Exumas naar een ander Bahama eiland gegaan, Eleuthera. Deze ligt op de route richting de States als je niet via Nassau wilt varen, wat ook een stuk korter is. Met een bakstagwindje hebben we de 35 mijltjes oversteek relaxed kunnen doen. Eenmaal aan de overkant was het te laat voor een ankerplek en hebben we de luxe van een marina, Cape Eleuthera, maar opgezocht, de eerste sinds ons verblijf in de Bahama’s. Was weinig te doen op wat bijzondere huisdieren na, nurse sharks, een drietal bevolkte de haven en kwam nieuwsgierig kijken. Deze haaiensoort is ongevaarlijk voor de mens. Gelukkig was het verboden te zwemmen in de haven dus hebben we ons daar braaf aan gehouden en in plaats van onze dagelijkse plons hebben we de douche van de marina maar gebruikt.
Volgende dag verder noordelijk, South Palmetto Point, een slaperig dorpje met aan de oostkant een van de mooiste roze stranden, volgens de Bahamas gids Er lag een geel zeilbootje op anker, van een vriendelijke Floridiaan die samen met zijn hondje een praatje kwam maken. Volgens hem waren we op een van de rustigste en meest vriendelijke eilanden van de Bahama’s aan gekomen waar nog amper toerisme was. We vertelden van onze plannen en hij gaf de tip niet via West End naar de States te varen maar via Abaco, het noordoostelijkste eiland. Was een stuk korter en mooier volgens hem. Dat kwam ook nog goed uit want Mo had nog een ding op haar bucket list staan, pig roast bij Nippers op Great Guana, Abaco. Dus die kon hierdoor ook nog gedaan worden.
Volgende ochtend met bijbootje naar de kant geroeid om richting het roze strand te wandelen. Onze Floridiaan had niets te veel gezegd, al na een paar minuten stopte een auto en vroeg of hij ons een lift kon aan bieden, helaas ging hij niet naar het roze strand maar wel tot het kruispunt een stukje verder op. Na een wandelingetje door het dorp kwamen we bij de oostkust aan, nu nog op zoek naar het 180 degree view restaurant voor onze verlate Paasdiner. Een aardig mannetje langs de weg wees ons in de goede richting en binnen een 20 minuten stonden we met onze voetjes in het roze zand. Echt roze is het niet maar als er een golf overheen spoelt blijft er een roze gloed achter. Het restaurant lag boven op de “duin” en keek inderdaad met 180 graden uit over de Atlantische en het roze strand, echt prachtig. We waren deze woensdag de enige gasten en onze gastvrouw deed haar uiterste best iets moois en lekkers op tafel te toveren. Na de uitgebreide lunch ging onze reis te voet bootwaarts, onder weg begroette ons een aardige bruine viervoeter die wel zin in een wandelingetje had en ons vergezelde tot aan de bijboot. Bij de locale “supermarkt” werden nog wat basis boodschappen gedaan, de eigenaar was razend benieuwd waar wij vandaan kwamen en hoe we op Eleuthera verzeild waren geraakt en vond het prachtig te horen dat we al 9 maanden onderweg waren en met onze boot tot zijn eiland gezeild waren. Onze viervoeter zat braaf buiten te wachten en liep weer gezellig met ons mee. Bij de bijboot aangekomen deed hij nog een poging een stukje mee te zwemmen maar toen draaide hij toch maar om om weer het dorp in te gaan, terug naar zijn eigen baasje.
De volgende dag was het weer varen geblazen om het noordelijkste deel van Eleuthera te bereiken, Royal Island. Hier lagen meerdere boten die, wat een dag later bleek merendeel de oversteek naar Abaco gingen maken. Het was de eerste keer dat we met een grote groep een oversteek gedaan hebben, was best leuk en handig omdat je de boot voor je kunt vragen of hij bijzonderheden qua diepte tussen de eilanden ed kan doorgeven, iets wat men graag doet en voor ons handig is met onze 2 meter diepgang. Ter info, de gemiddelde diepgang van een Amerikaanse zeilboot is 1,5 meter, mede omdat het op de Bahama’s, en later bleek ook langs de US kust (intercoastal waterway), best ondiep kan zijn en dan is elke centimeter minder een plus.

De overtocht naar Abaco verliep vlot en we konden het eerste stuk, op spi, lekker zeilen. Helaas ging de wind, zoals voorspelt die middag een dutje doen en kon de Volvo ons verder brengen. Die avond lagen we bij Shear Pin Cay, een eilandje ten zuiden van Marsh Harbour, waar we ook weer het rijk alleen hadden. Het is wel wennen, zo rustig het op de Bahama’s is in vergelijking met de Carrieben. De volgende ochtend gingen we richting Marsh Harbour, echter zagen we op de kaart weer een verraderlijk ondiep stuk. Het was net hoogwater geweest en de vraag was, kunnen we er over? Voor ons voeren onze oversteek vrienden, ook op weg naar Marsh Harbour, en de Jabero was wederom zo aardig om als dept sounder (diepte meter) voor ons uit te varen. Uiteindelijk was het appeltje eitje en kwam de meter niet lager dan 3 meter. De kaarten, ondanks 2014 versie, waren niet geheel kloppend. Marsh Harbour is de hoofdstad van Abaco en heeft weer een aardige variateit aan shopping mogelijkheden, waaronder een echte supermarkt met veel verse spullen. De zaterdagboodschappen werden gedaan en het internet gecheckt. Ook hebben we voor de zekerheid meer een eNOA (notice of arrival voor de US) ingevuld en naar de States gestuurd, wat toen we daar aan kwamen niet echt nodig bleek te zijn. Enfin, onderweg naar de boot nog even gedag gezegd bij onze Australische vrienden van de Jabero en hen nogmaals bedankt voor hun hulp. Daarna de boot weer van het anker getrokken en de koers noordwaarts gezet, naar Great Guana waar men bekend staat om de zondagmiddag pig roast (gebraden varkentje). Echter toen wij hier zondag, eind van de middag aankwamen, was om 3 uur het laatste stuk reeds verkocht. Dus bleef er niets anders over dan gezellig met een Nippers cocktail in de pool te gaan zitten. Voor de Sankt Anton kenners onder ons, Nippers is de Bahama’s versie van de Moserwirt, erg gezellig dus! Het avondeten werd vervolgens genuttigd bij het tentje tegenover onze ankerplek, waar we een van de laatste sunsets konden ervaren voordat we de Baham’s voor goed good bye moesten zeggen.

Maandag 28 april ging om 10 uur het anker op en was de bestemming Charleston South Carolina.



Bahamas deel 2

Algemeen Posted on Tue, April 22, 2014 15:15:29

Na 2 nachten George
Town was de rest van de Exumas aan de beurt. Tussen de riffen en rotsen hebben
we onze weg naar buiten gevonden en zaten we met een klein uurtje weer op vrij
vaarwater met koers noordnoordwest. Windje was matig, 12 knoopjes schuin op de
kont, kortom weer tijd voor de spinaker. Ruim een uur voor ons was de First
Light uit GT vertrokken en voer de zelfde koers dus we hadden een mooi mikpunt.
De tweede helft van onze tocht wilden we weer ons vissersgeluk beproeven en
ging de glitterpulpo aan de lange lijn overboord. Na ruim een half uur voelden
we een goede beet en daarna was de lijn niet te houden en vloog overboord. De
brandplekken van de lijn stonden in de handen van Maarten, het moest deze keer
een grote jongen zijn. Snel werd de MOB (man over boord) knop op de plotter
geactiveerd zodat we wisten waar ongeveer onze klos over boord was gegaan. Nu
hadden we de tijd om de spinaker te strijken en terug te varen op zoek naar de
visklos. Deze werd al snel gespot en met een tweede poging met de pikhaak
hadden we de klos weer aan boord. Het gevecht kon weer beginnen, echter met één
nadeel, de lijn zat onder de boot en had wat weerstand. Na enkele keren binnen
halen en weer laten vieren leek het dat we aan de winnende hand waren, de lijn
werd met grote halen binnengehaald echter een laatste ruk betekende een breuk
van de vislijn en verlies van onze vangst-van-de-dag en onze disco pulpo, die
we van Peter (de broer van Mo) gekregen hadden. Na wat vloekwoorden werden de
zeilen weer gezet en de (brand)wonden gelikt. Tja, de stand was nu 11 vissen
gevangen en 4 aasjes verloren…

Little Farm Cay was
de tussenbestemming voor de nacht, binnen lag een Belgisch zeilschip op het
anker en de First Light was ons net voor gegaan om te ankeren op de rand van de
geul, tussen de eilandjes. De Bahamas kennen net zoals bij ons getijde. Rond de
eilandjes van de Exumas stroomt het dan ook behoorlijk, net zoals bij onze
Waddeneilanden, en die nacht lagen we lekker in de geul waar de nodige stroom
stond. De volgende dag was het nog een klein stukje naar Daniel Cay, onze
bestemming voor de prePaasdagen. Hier had je een aantal must see’s, de
Tunderball Grot van James Bond en de zwemmende varkentjes. We zijn voor anker
gegaan bij Big Major Cay, tegenover het strandje waar we inderdaad varkens
zagen lopen. Zwemvliezen en duikbril op en wij er naar toe, komt Mo onderweg
nog een Nurse Shark tegen, erg indrukwekkend. Als we bij het strandje aankomen,
worden we begroet door een grote zeug die de toerist ziet als wandelende
snackfabriek. Wij hadden niets bij ons maar op de bodem bij het strand lagen
nog en paar wortelen onderwater en die vond mevrouw wel lekker. Even later kwam
er een bootje met andere varkentoeristen en deze werden al tegemoet gezwommen
in de hoop daar weer verwend te worden door de nodige varkenssnacks. Grappig
gezicht.

De volgende dag was
het paasinkopen doen in Staniel Cay, De bakker was een keuken van de dame die
daar haar brooden bakte, gewoon aankloppen en je kunt naar binnen. De
supermarkten waren wat klein om het woord super te mogen dragen maar men had
wat verse groenten en fruit en daar ging het ons om. Onderweg terug naar de
haven kwamen we langs een aantal kraampjes waar van alles werd verkocht en ons
oog viel op de dame met taarten, het ene stuk werd ter plekke verorbert, het
andere was als toetje voor na het avondeten. Een gezellige boel was het waar de
nodige locals op af waren gekomen. Die middag was de James Bond grot aan de
beurt. Snorkel, vinnen en fotocamera werden in de bijboot gelegd en de tocht kon
worden aanvaard. Ter plekke kon je duidelijk zien waar je moest zijn, de nodige
bootjes lagen er al voor anker. Eenmaal aangekomen was de grot leeg wat betreft
bezoekers en konden we rustig James Bondje gaan spelen. Het zag er erg mooi
uit, zowel boven als onderwater met alle kleurrijke vissen die net als de
varkens denken dat jij wel wat lekkers voor ze bij je hebt, erg grappig.

De eerste Paasdag
zijn we rustig aan begonnen, die nacht hadden we de nodige regen en wind
(squels met ruim 35 kts wind) gehad maar rond negenen stond het zonnetje al
weer lekker te schijnen en was de boot weer lekker zoet afgespoeld. Een kort
noordelijk tochtje stond op het programma, echter in deze contreien komen er,
door de weersinvloeden vanuit de States, ook andere winden dan enkel de
zuidooster voor, dus mocht er weer eens gekruist gaan worden. Begin van de
middag bereikten we Bell Island, onze eindbestemming voor de 1e Paasdag. Voor
een privé strandje werd het anker uitgegooid en lagen we heerlijk als enige in
dit mooie stukje Exuma.



Bahamas deel 1

Algemeen Posted on Wed, April 16, 2014 17:28:30

Het werd weer tijd om
verder te gaan want de 90 dagen visa voor de US liepen inmiddels al een paar
dagen. Dus in Amalia werd er uitgeklaard in de stromende regen, de eerste echte
sinds onze tocht in de Carieb. Rond 12 uur ging het anker op en werd de koers
gezet naar het meest zuidoostelijke eiland Great Inagua. In Matthew Town kon
volgens de gids worden ingeklaard, kortom ruim 500 mijl mochten worden
overbrugd. De wind zou de komende dagen perfect moeten zijn, oostelijk 15 – 20
kts, zeg maar een mooie 5 Bft op de kont. Maar helaas zoals we met de overtocht
gemerkt hebben hebben ze ook hier moeite met het juist te voorspellen, het
werden er eerder 20 – 25 waarbij de laatste nacht de 30 ook regelmatig
zichtbaar was op de windmeter. Met 2e rif in het grootzeil en een halve fok als
melkmeisje bleef de gang er goed in zitten en kwamen we ruim voor planning in
Matthew Town aan. Echter gemoedelijk met een behoorlijke zee was het niet.
Volgens de gids was Inagua nou niet echt een yachties places to be en dat zagen
we al bij aankomst. We schrijven maandag 7 april. Naast een oud houten
zeilschip uit Haiti (60 mijl te zuiden van Inagua) met wat G&F handelslui
er op waren we echt de enige. De Customs en Immigrations (C&I) hadden een
nieuw stulpje betrokken, een klein half uur lopen vanaf de haven ipv gewoon in
het dorp. Ze waren er super vriendelijk en mochten we, cash, even 150 USD
achterlaten, maar dan had je ook wat want naast de entrance en exit fee kregen
we meteen onze fishing permit en mochten we voor dit geld een héél jaar in de
Bahamas met onze boot vertoeven, nou da’s geen geld zeg ik en helemaal als je
leest dat dit voorgaande jaren nog het dubbele was en dat dit de nodige
Amerikanen heeft doen besluiten de Bahamas maar even te mijden. Terug van de
C&I werden we door een aardige dame gevraagd of we een lift wilden hebben,
zij was zo lief om ons in het dorp af te zetten voor de General Store om nog
wat brood te kopen want de rest was op St Thomas ruimschoots ingeslagen en de
restjes brood hadden al de eerste pluisjes gekregen tijdens de 3 dagen op zee
(30 graden en 80% luchtvochtigheid iets wat schimmels heerlijk vinden). Verder
kan het plaatsje geen naam hebben, enkel het government house zag er nog mooi
en oud uit, de rest was niets bijzonders op dit erg warme en droge eiland waar
een belangrijke zoutwinnerij de inkomstenbron van zo’n beetje iedereen is en
dat het droge weer zeer belangrijk is voor een goede kwaliteit zout, volgens
onze vrouwelijke taxichauffeuze.

De nacht was erg
onrustig, de nodige swell (grote golven die vanaf de Atlantische komen) zorgden
voor een slechte nachtrust. De volgende morgen weer vroeg uit de veren want we
wilden verder de Bahamas in opzoek naar de echte witte strandjes en onbewoonde
eilandjes. De volgende stop lag 85 nm verder in noordwestelijk richting,
begonnen met een lekker windje de eerste uren mocht rond 11 uur diesel
verstookt gaan worden (laatste keer was van Agadir naar Lanzerote) en dit bleef
tot kort voor aankomst helaas het geval. Ook nu klopte de weerinfo niet want we
zouden de gehele dag 15 – 17 kts hebben, het werden er de helft. Maar goed het
weer is lekker, zonnig en een graadje of 30, kortom waar hebben we het over.
Net voor/rond zonsondergang kwamen we bij het zuidelijkste puntje van Acklins
Island. Er stond niet echt een ankerplek op de kaart maar wel een zandbodem aan
de lijkant van het eiland op 5 meter diepte dus dat leek ons prima voor de
nacht. Volgende dag was het een korte tocht noordwestelijk naar Long Cay een
onderdeel van Crooked Island dat samen met Acklins Island een archipel vormen.
Deze 20 mijl was ideaal om ons vissersgeluk maar weer eens te proberen. En nou,
dat was het zeker. Eenmaal op ondieper water was er geen houden aan. Op beide
sleeplijnen werd vol aangevallen, resultaat: 2 yellowtail snappers, 1,5 markreel
(bij eentje was het staartstuk door of een haai of marlijn reeds verorbert) en
een baracuda. Op het eind was er nog één keer een vette beet maar die nam ook
meteen onze onderlijn en aasje mee….hoogmoed.

Op 11 april zijn we
verder de Bahamas ingetrokken naar Long Island, Clarence Town, ruim 50 nm. Een
mooie tocht met wederom een lekker windje schuin op de kont, alles lekker
bezeild. Bij binnenkomst werden we begroet door een overenthousiast groepje
kleine dolfijnen die zelfs geheel uit het water sprongen, echt super. Clarence
Town is een prachtig, slaperig stadje met twee mooie father Jerome kerkjes.
Super lieve en aardige mensen, In één van de kerkjes mochten we van de dames
die de kerk voor palmzondag aan het versieren waren, de toren beklimmen want
vandaar uit had je nl een prachtig uitzicht over het plaatsje en de ankerplek.
‘s Middags een snorkelpoging gedaan, weinig bijzonders, echter een aardige
baracuda van ruim een meter lang vond ons wel erg interessant en volgende op een
paar meter afstand onze zwemtocht tot enkele meters tot aan het strand, we zijn
deze keer maar rugwaarts gezwommen om onze pottekijker goed in het oog te
kunnen houden want je weet maar nooit. Ze zeggen ook van baracudas dat het net
vrouwen zijn, ze hebben scherpe tanden en zijn dol op blingbling. Dus maar niet
te veel gelachen met mijn gouden tanden…Bij terugkomst kwamen Martha en Mike
voorbij gevaren in hun dinghy en vroegen of we die avond zin in soep hadden.
Rond 6en waren we welkom, gauw werd van wat afbakbrood (wat iets bijzonders in
de Carieb is) knoflookbrood gemaakt als een beetje BYO (bring your own). Martha
had een behoorlijke tafel vol met lekkers klaar gemaakt. Zij kwam uit New York,
hij uit Arizona. Sinds een half jaar live-a-bord. Ook Steve uit Canada was uitgenodigd.
Hij had er net 27 jaar legertijd op zitten en kon nu genieten van zijn
“pensioen”, en dat als begin 50-er. Had ik dan toch maar beter het
leger in moeten gaan??

Volgende ochtend zat
er weer een mooi tochtje in het verschiet, naar het meeste noordelijke puntje
van Long Island. Weinig wind dus de spi mocht er op. Halverwege hoorden we Mike
melden dat zij een mooie dorade hadden gevangen, echter gingen zij naar een
ander eiland en moesten wij voor ons eigen eten zorgen, dus ging onze vislijn
ook maar weer eens uit. Nog geen half uurtje of er had alweer een zeebewoner
interesse in onze porno pulpo (een nepinktvisje wat allerlei glitterkleuren
heeft), een cadeautje van de broer van Mo. Deze keer meldde zich een mooie
zwartvin tonijn van ruim een halve meter, goed voor 2 avonden vollebak BBQ-en.
De 14e april was het een rustig tochtje naar George Town, Great Exumas. Ook nu
mocht de spi ons meerendeels deze kant op brengen. Op het laatste stukje werd
de zon door een klein buitje het zicht ontnomen en daarmee verdween ook onze
eyeball navigation, op het zicht varen tussen ondiepten en rifjes, kortom
beetje spannend, maar alles ging goed want onze “Tomtom” gaf
duidelijk aan waar de rotsen lagen en waar voldoende vaarwater stond. Een op
het oog mooi baaitje was helaas geen optie want halverwege liepen we op te
ondiep water met een zachte zandbodem. Dus maar tussen de rest voor de deur van
George Town op het anker. Hier is het voor het eerst in de Bahamas dat we met
meer dan 5 boten voor anker liggen maar dit is nog niets in vergelijking tot de
populaire baaitjes in de rest van de Carieb. Ook dit plaatsje kent de nodige
aardige mensen. Bij het broodmannetje kregen we het brood gewoon mee en hoefden
we pas te betalen als we klein geld hadden. Water kun je gratis aan de steiger
van de supermarkt pakken, ook iets unieks voor de Carieb. ‘s Middags maar weer
eens een barretje op het strand opgezocht, deze keer Chat ‘n Chill op Stocking
Island, ten noorden van George Town. Ook hier vind je het echte Bahama gevoel, leuk
strandtentje, spierwit strand, turquoise zee en heerlijk uitzicht. De roggen
zwemmen hier kort voor het strand langs en kan je bij wijze van spreken aaien.
Ik moet helaas bekennen dat we na 3,5 maand voor mij nu pas het paradijsje
gevonden hebben, kortom de slagroom op ons Carieb toetje. Begrijp ons niet
verkeerd, de Carieb is gaaf, maar dit is zo anders…



Virgin Islands

Algemeen Posted on Thu, April 03, 2014 17:01:16

Donderdag om 5 uur ging de wekker en met het eerste licht,
om de visserstonnetjes te kunnen zien, zijn we om half 6 Simpson Bay
uitgevaren, koers west. Het was een rustige dag zoals voorspeld, windje 15 – 18
kts schuin op de kont en het eerste stuk konden we spinakeren, was erg goed
voor het gemiddelde. Rond 16 uur liepen we tussen de koraalriffen door Gorda
Virgin binnen, het meest oostelijke eiland van de Virgin eilanden, door
Columbus zo genoemd omdat het op een afstand op een dikke vrouw lijkt die op
haar rug ligt. Wij hadden het zo niet direct herkend. In Biras Creek vonden we
eerst gratis water want na veelvuldig oproepen via de marifoon meldden de
havenmeester zich niet maar er was wel een kraan die niet was afgesloten. Ook bleek
later dat het havenkantoor ook gesloten te zijn terwijl op de deur stond dat ze
tot 20 uur open zouden moeten zijn. Anyway, verderop een ankerplek gevonden en
een mooie rustige nacht gehad in de lokale hurrican hole. Volgende dag mochten
we op zoek naar de customs en immigrations, daar waar die volgens de gids moest
zitten zaten ze niet, dus met de dingy naar eerst volgende dorpje gevaren om in
te klaren in de British Virgin Isands (BVI).
Grappig was wel dat we de inklaringskosten in US$ moesten voldoen. We
hadden netjes Britse ponden meegenomen. De dame van de immigrations vond het
wel bijzondere biljetten die ze nog nooit eerder gezien had en vroeg ook meteen
wat het waard was, die 10 pond. Bij de lokale grocery maar meteen wat brood en
aanverwante zaken gekocht om vervolgens weer een half uurtje te motoren terug
naar de Amideau, want die middag hadden we een interview met neefje Tijn die
een spreekbeurt ging houden over, hoe kan het ook anders, zeilen! De volgende
dag een beetje gerelaxed en ’s middags op tijd naar Saba Rock, the place to be
voor happy hour. Zat er gezellig vol met Amerikanen en Engelsen, ook zij hebben
Hollandse trekjes. Om 5 uur werd door een medewerker van Saba Rock de visvoer-act
uitgevoerd. Voor de steiger lagen aardig wat grote jongens te wachten op een
snacky, het waren Tarpons van ruim ander halve meter, jonkys van anderhalf jaar
oud want een volwassen tarpon wordt makkelijk 3 meter. Ondanks dat het geen
viseters zijn, hebben ook geen tanden, gingen de snacks er makkelijk in. Ook
zijn ze niet te eten omdat ze voor 95% uit graad en botten bestaan.

Zondag was het tijd om verder te gaan want maandag gingen we
voor ons 90 dagen US visum naar de US VI, onderweg nog even een biertje gedaan
bij de Smiles op Norman Island, was erg leuk hun ook weer weder te zien. In
West End op Tortola vonden we tussen de
moorings nog een klein plekje om te ankeren zodat we de volgende ochtend
makkelijk naar de ferry konden om daarmee naar St John (US) te varen voor het
visa. Was een piece of cake, na 5 minuten stonden we buiten met een stempel in
ons paspoort wat ons de mogelijkheid geeft om van 31 maart tot 30 juni in de
States te vertoeven. Met de middag ferry zijn we terug gegaan om vervolgens
Amideau te gaan inklaren. Ook weer appeltje eitje, en zo waren we in eens op US
grond gebied en wel in Cruz Bay op St John. Voor de nacht moesten we deze baai
uit en even de hoek om, naar Caneel Bay, in het National Park. Een aardige
volunteer ranger, een senior uit New York, kwam netjes envelopjes brengen waarin
we de bijdrage voor de mooring konden doen. Ook was hij zo aardig, toen hij
hoorden wat onze plannen waren, zijn ervaringen van het varen rond New York met
ons te delen. Volgende dag naar zuidoostelijk deel van St John gevaren om Coral
Harbour te bezoeken, was een tip van Deense buren in Carriacou. Is een rustig
baaitje waar de charterboten niet komen en waar je tussen locals en life a
bords ligt. Is erg relaxed en er hangt een gezellige sfeer. De meeste die hier
wonen hebben eerst ergens in de US gewoond en komen deel 2 van hun leven op de
Virgins doorbrengen. Bij het postkantoor troffen we een Nederlands van de SY Kim
uit Sneek die hier hun zomerthuis hebben gevonden en hun dochtertje hier op
school hebben zitten. Terug op de boot
was het weer klustijd. De buitenboord liep niet lekker en moest worden schoon
gemaakt, komt de ervaring van sleutelen aan brommers vroeger weer goed van pas.
Na een uurtje of wat kon er weer proef gevaren worden, ff scheuren door de
baai. Al snel was het sunset en tijd voor een bijpassende versnapering. BBQ
mocht weer aan en die avond waren het de hamburgers, vlees is hier weer goed te
krijgen tegen nette prijzen, dus de vis is weer even op een lager plan komen te
staan. 1 april is ook hier overleefd zonder al te veel flauwe grappen, wel had
de weerman het over sneeuw en ijsvorming…bij een watertemperatuur van ruim 30
graden…



St. Maarten, St. Barth & Saba

Algemeen Posted on Thu, April 03, 2014 16:58:23

Nadat we de boot weer op orde hadden en de mannen weer terug
waren gevlogen naar Nederland, zijn wij al vrij snel weer vertrokken naar Saba.
Het was namelijk rustig weer om mooi te kunnen duiken op Saba. Samen met Edith
en Renzo van de Equinox zijn we naar Saba gegaan. Onderweg hebben we onze
eerste eetbare vis gevangen. Eindelijk!! Eind van de middag zijn we aangekomen
op Saba en zijn we naar de kant gevaren om nog een duikschool te vinden die ons
de volgende ochtend wilde ophalen. Het bleek dat ze of gesloten waren of dat ze
al vol zaten. We hadden via de telefoon toch nog een adresje gevonden. De
volgende ochtend moesten we om 8.00 aan de kant zijn met onze spullen. Toen we
daar aankwamen bleek dat ze terug hadden gebeld en dat ze toch vol zaten. Even
verder op was een duikschool die toch nog een plekje voor ons had. Top! We
hebben 2 prachtige duiken gemaakt. De eerste was op een locatie met 2 pinacles.
Heel mooi koraal, maar omdat het zo rond de 30 meter lag, duurde de duik niet
zo lang. De 2e duik was echt nog mooier. Mooi door tunnels en canyons heen, wederom
prachtig koraal. Niet super veel grote vissen, maar wel heel mooi! Wel een
zeepaardje gezien en dat is altijd erg leuk. Toen we klaar waren met duiken
hoorde we dat er die avond een feestje (met een hapje en een drankje) zou zijn,
georganiseerd door de locale elektriciteitsleverancier op het eiland, voor
iedereen. Dus met de Edith en Renzo afgesproken om daar samen even naar toe te
gaan. In het stadje/dorp staan allemaal prachtige oude gebouwen wit met groen.
Het feestje was leuk om bij te zijn, lekkere hapjes en ook iedereen leek er te
zijn, jong en oud en alle pluimage. En natuurlijk heerlijke drankjes voor
helemaal niets. Daar zijn wij Nederlanders natuurlijk altijd voor te porren.
Ook liep er de marechaussee rond die we de dag er voor bij het inklaren hadden
gezien, maar nu niet in uniform. Hij wilde heel graag weten wat we van zijn
Saba vonden. Zijn kinderen studeerden allemaal in Nederland. Hij was een van de
weinige die nog gewoon Nederlands sprak maar ooo zo trots op zijn eiland.

Die nacht hadden we heel erg slecht geslapen. We schommelden
van links naar rechts, alleen als een spin in je bed, kun je een beetje blijven
liggen. Kortom de volgende ochtend vroeg op pad gegaan naar St. Barth. Wij zijn naar Anse de Colombier gegaan
een heel rustig baaitje waar je alleen met de boot kan komen. Met een klein
strandje, je kon er ook mooi snorkelen, want er waren veel schilpadden en roggen.
Hier hebben we een paar dagen gelegen om lekker te relaxen. Na 3 dagen vonden
we het tijd om naar Gustavia te gaan, dit is de hoofdstad van St. Barth en de
place to be voor lekker eten. Daarnaast is het de St. Tropez van de Caribbean,
grote jachten, dure winkels en chique publiek. Kortom altijd leuk om rond te
lopen. Hoewel in Antigua lagen er meer grote jachten. We hadden een mooi
restaurantje gevonden waar we ons lekker hebben laten verwennen met een
3-gangen menu, lekker Frans en erg goed. Het dessert was natuurlijk de favoriet
van Monique, want er kwam een trolley waar we van mochten kiezen. Het waren
voornamelijk taartjes, wat een feest!!

Daarna zijn we weer richting St. Martin gegaan naar Île
Pinel. Onderweg hadden we een hele grote barracuda aan de lijn, maar aangezien
deze te groot was hebben we deze bij het binnenhalen laten ontsnappen. Deze kan
een bepaalde ziekte onder de leden hebben aangezien deze koraalvisjes eet, waar
de vis zelf niet ziek van wordt, maar wij wel. Helaas daar ging ons maaltje….
Bij het eilandje aangekomen, was er nog 1 mooring vrij. Hier zijn wij aan gaan
liggen en daarna lekker naar het strand gezwommen, Pinã colada erbij, voetjes
in het zand en het leven is geweldig! We lagen die nacht met 4 andere boten in
dat baaitje, wat een rust, echt een geweldig
gevoel. De dag erna zijn we naar Marigot gevaren (even de hoek om) om nog wat
boodschappen te doen voordat we naar Simpson bay zouden gaan voor de
vrijgezellenfeest van Ben & Elly van de White Spirit. Ook is de eerste
eetbare (qua grootte) tonijn gevangen en aten we die avond sushi, jammie. Zaterdag
mochten we weer naar de zuidkant varen voor de bruiloft en pre-bruiloft
activiteiten. De mannen gingen op zaterdag en de vrouwen op zondag. Volgens mij
heeft iedereen het zeer naar zijn/haar zin gehad en Ben en Elly in het
bijzonder. Kortom missie geslaagd. Dinsdag 25 maart was de grote dag en samen
met Anne-Mei van de Maris en Myriam van de Enjoyster hebben we een bruidstaart
gemaakt. Zag er gaaf uit, was natuurlijk niet zo mooi als van een echte bakker,
maar wij vonden het erg goed gelukt. Om half drie gingen we verzamelen op het
strand, want daar kwam ook de ambtenaar van de burgerlijke stand (ABS) naar
toe. De bruid en bruidegom allebei in beachkledij. De dingy’s waren de bankjes
en van de zeilen was een soort tent gemaakt. Op de achtergrond lagen alle
Nederlandse boten en die van White Spirit vooraan. Natuurlijk begonnen we rond
3 uur met de ABS, keurig in het Nederlands zijn ze tot man en vrouw verklaard.
Toen kon het feest beginnen, natuurlijk met champagne en taart. Lekker borrelen
en zwemmen op het strand en ’s avonds had het bruidspaar een lekkere maaltijd
geregeld. Toen het al wat donker begon
te worden, was er nog het nodige vuurwerk en wensballonnen gingen het luchtruim
in. Aansluitend was bij de locale bar een salsafeest waar wij ons allemaal bij
aangesloten hebben. Echt een prachtige dag. Woensdag hadden we nog een dagje om
bij te komen en de laatste boodschappen te doen, want we vonden het na bijna
een maand St. Maarten en omgeving tijd om verder te gaan.



« PreviousNext »