We schrijven woensdag
25 juni in de dag, we varen op een zo goed als verlaten golf van Maine. Af en
toe zie je in de verte een visser zijn best doen wat kabeljauw oid te vangen.
Ze varen hier met kleinere schepen dan de Urkers. Op de AIS zien we ook af en
toe een vrachtvaarder op ruime afstand ons oplopen of passeren, kortom een erg
rustige oversteek. Nadat we een uur of 3 uit de kust van USA waren was het ook
gedaan met de lobsterpots, boeien die aan kreeftenkooien hangen en die je roer
of schroef aardig kunnen vervelen. Gelukkig zijn we hier nog gespaard van
gebleven. De zuidwesten wind heeft ons al een aardigheid eind in de richting
van Nova Scotia geduwd en het zou lekker zijn als we voor zonsondergang onze
bestemming, Shelburne kunnen bereiken. Hier moeten we de inklaring met de Canadese douane doen. Echter eind van de middag kakt de wind er uit, met ook
nog eens stroom tegen, wordt ons doel onhaalbaar. Ook de mindere weer zien we langzaam op zee ontstaan en een blik op de kaart doet ons besluiten de eerste
de beste haven in het meest zuid-westelijke puntje van Nova Scotia aan te lopen
om in ieder geval voor het donker vaste land te hebben. De motor wordt gestart
en de koers met 30 graden noordelijker gelegd. Corals Harbor is de nieuwe
bestemming. We liggen amper netjes voor zonsondergang in de vissershaven en de
mist komt als een deken binnen enkele minuten over ons heen, direct gevolgd
door het mistsignaal van de lokale vuurtoren, of was het net andersom, ik weet
het niet meer precies. De vissershaven is betrekkelijk leeg en we meren aan een
steiger waar normaliter een visser zou liggen. We bellen uit zekerheid nog wel
even met de Canadese Customs om ze te melden dat we beschutting voor het
naderende slechte weer hebben gezocht in een niet officiële port of entry, de
betreffende officier had alle begrip hiervoor en verzocht ons als we wel in
Shelburne waren hen op nieuw te bellen om alsnog de inklaring te kunnen doen.
We eten snel iets makkelijks en gaan te bed. De volgende dag stopt er een pick-up truck op de steiger. Het blijkt de havenmeester te zijn die vraagt of we ons
wel gemeld hebben bij de customs. We kunnen dit bevestigen. Verder vindt hij
het prima dat we in zijn haven liggen, de betreffende visser ligt met zijn boot
op de kant omdat het kreeftseizoen ten einde is (nov – mei). Ook heeft hij nog
een tip om de lokale zeelekkernij te kunnen proeven en wel bij een soort van
friettent een stukje verderop in de haven. Als de regen die middag over is gaan
we op pad, echter hebben we nog geen Canadese dollars en bij de lokale
delicatesse tent hebben ze liever geen US dollars. Dus de tocht gaat richting
de eerste de beste geldautomaat, en dat in de middle of nowhere, althans zo
ziet ons wereldje er momenteel uit omdat de mist beslag heeft gelegd op dit
deel van Canada. Na nog geen honderd meter wandelen vraagt een aardige man of
hij ons een lift kan geven, dat slaan we niet af en in zijn pick-up (ze rijden
hier bijna niets anders) worden we naar het centrum van het dorpje gebracht. De
lokale supermarkt heeft ook een pinautomaat en de eerste Canadese dollars
worden bemachtigd en omgezet in een tros bananen en een reep Wunderbar, een
stukje nostalgie uit de IBM tijd van Mo. De vraag naar internet wordt helaas
negatief beantwoord echter de bibliotheek zit een paar honderd meter verder op
en heeft wellicht iets. Zo gezegd gaan we daar even langs en jawel, de aardige
dame achter de balie geeft ons een inlogcode en we kunnen de familie laten weten
dat we veilig in Canada zijn aangekomen. Op de terugweg naar de boot worden 2
porties van de lokale delicatesse tent gescoord en aan boord gaan we helemaal
los aan de scallops (saint jacques schelpen), gamba’s, mosselen en zeeslakken,
jammie.

Het slechte weer
beperkt zich tot één dag en vrijdag kunnen we in alle vroegte op pad richting
Shelburne, op de motor. Eind van de middag komen we in Shelburne aan en worden
welkom geheten op de Shelburne Harbor Yacht Club. Aan de buitenkant van de
steiger heeft men diepte genoeg en mogen we afmeren. Daarna kunnen we hun
telefoon gebruiken om ons als nog officieel bij de douane te melden. Na een
kleine 2 uurtjes zijn 2 heren onze eerste gasten aan boord. Na wat routine
vragen worden de passen voorzien van een visa van 6 maanden en mag Amideau tot
1 september in Canada rondvaren. En passant wordt de vraag gesteld of Mo
Canadeese kan worden, tenslotte is haar vader in Canada geboren. Dit wordt
positief beantwoord, als we het geboortebewijs kunnen overleggen mag Mo
Canadese worden en daar heeft ze wel oren naar want dan heeft ze 2 paspoorten
waarin dan 2x zoveel stempels kunnen en je weet maar nooit waar het handig voor
kan zijn. Na vertrek van de heren gaan we
ons inschrijven bij de SHYC en kunnen we lekker een douche nemen. Van het
slechte weer is niets meer over, er staat een heerlijk zonnetje en op de Yacht
Club is het gezellig druk met leden die op de clubavond zijn afgekomen. Al snel
raken we met enkele in gesprek. Men vindt het geweldig dat we als Nederlanders
hier te gast zijn. Ook meldt men dat er morgen een wedstrijd is naar de naast
gelegen haven van Lockport. Terug naar de boot maken we kennis met Eva en Uwe
van de Micmac uit Duitsland/Oostenrijk. Zij hebben net een motorboot gekocht om
daarmee de US en Canada te gaan bevaren. Ze zijn de boot verder naar hun wens
aan het maken en hebben voor hun mobiliteit ook een huurauto en ze vragen of we
zin hebben morgen met ze op pad te gaan, graag uiteraard. De volgende dag wordt
eerst weer gevuld met huishoudelijke activiteiten en wordt gebruik gemaakt van
onze steigerplek, weer na lange tijd vast aan de wal. Ook maken we maximaal
gebruik van de overige faciliteiten zoals de wasmachine om de was weer lekker
schoon en fris te krijgen en het internet om de website te updaten. In de
middag gaan we met Eva en Uwe op pad, naar Lockport om de wedstrijdzeilers te
begroeten. Lockport is een grappig vissersdorpje met een paar
vis/kreeftfabrieken en een knusse haven waar ondanks de minimale wind de
wedstrijdzeilers van SHYC al aan de steiger liggen, we worden uitgenodigd bij
één van de boten en met een biertje en wijntje zitten we gezellig midden in de
apres sail. Voordat we terug gaan maken we met Eva en Uwe nog een wandeling in
Lockport en gaan we daarna retour Shelburne om af te sluiten met een borrel bij
ons aan boord als dank voor het rondritje door dit stukje van Nova Scotia, wat
erg Scandinavisch aan doet. Zondag moet Nederland voetballen tegen Mexico en
willen we dit uiteraard graag live zien, en dat is hier om 13 uur in de middag.
Het wordt een zinderende match die we gelukkig winnen wat betekent dat we
zaterdag weer mogen kijken. We nemen afscheid van Eva en Uwe want de volgende
ochtend willen we met sunrise weer op pad, verder oostwaarts. Om half 5 gaat de
wekker en om vijven laten we Shelburne langzaam achter ons verdwijnen, op naar
de oceaan waar we hopelijk weer een mooi stukje kunnen zeilen. Helaas is de
ochtend nog niet erg windig (zoals was voorspeld) maar rond 11 uur zien we het
water donkerder worden en komt de 4 Bft die ons onder spinaker met een knoopje
of 7 laat genieten van de zuidkust van dit deel van Nova Scotia. Het gaat zelfs
zo voorspoedig dat het eerste doel, Liverpool, wordt verruild voor Lunenburg
(en dat is niet die disco in Loesbroek!) wat 35 mijl verder ligt. Hier lopen we
rond 5-en binnen en voor het “stadscentrum” wordt het anker gedropt
en gaan we nog even voor wat boodschapjes het stadje in, want de dag er na is
het Canada Day (zeg maar de Koningsdag van Canada) en is alles gesloten. Terug
naar de boot doen we nog een hapje bij een grappig restaurantje om onze
365-dagen-van-huis te vieren, we schrijven 30 juni 2014, precies een jaar
geleden zijn we Heusden uit gevaren, de wijde wereld in. Het is een beetje dun
bevolkt op Nova Scotia en om toch een serieuze Canada Day te kunnen vieren
wordt dit gedaan in één van de steden, dit jaar is dit in Bridgewater, een 10
km verder op dus helaas geen vuurwerk en andere festiviteiten in Lunenburg en
na een taartje en koffietje gaan we naar de boot terug om de kluslijst proberen
in te korten. Eind van de middag loopt de Komeet uit Denemarken binnen, die we
in Shelburne ook al kort ontmoet hadden, Om 21 uur zien we dan toch nog het
vuurwerk van Bridgewater aan de horizon, de afsluiting van een Canadese
feestdag.